Aandacht voor de onderstroom als sleutel voor succes?

VOV-Nieuws Persoonlijke ontwikkeling, coaching & consulting
Janita Moes Klein

Je hebt een individuele onderstroom en een collectieve onderstroom. En je hebt van beiden ook een bovenstroom. Bij de individuele onderstroom horen intenties, waarden, gevoelens, behoeftes, identiteit, drijfveren en overtuigingen. Bij de collectieve onderstroom horen cultuur, waarden, overtuiging, betrokkenheid, ‘zo-doen-wij-dat-bij’ en ervaringen. Moes heeft door de jaren heen haar eigen praktijktheorie met betrekking tot de onderstroom ontwikkeld. Haar stelling: de collectieve onderstroom op tafel leggen helpt alleen als ofwel iedereen bereid is het proces aan te grijpen om er persoonlijk van te leren ofwel de groep in kwestie een mandaat heeft om iets aan de bovenstroom te veranderen. Als geen van de twee aan de orde is, is het misschien fijn om de lucht te klaren, maar is er na zo’n groepssessie in de onderstroom niks veranderd en blijven bestaande problemen bestaan.

Wat veel nuttiger is, aldus Moes, is werken aan je individuele onderstroom. Wat maakt dat ik sommige situaties als problematisch ervaar? Waarom flip ik op een reactie van een leidinggevende waar mijn collega niet om maalt? Daarin inzicht krijgen en een taal ontwikkelen om je gevoel en behoeftes te communiceren, is volgens haar een sleutel tot succes.

En hoe kom je tot inzicht in die persoonlijke onderstroom? Je hebt, zegt Moes net als ook de bekende therapeut Esther Perel (die onlangs in De Tijd toelichtte waarom ze zich nu ook met werkrelaties bezighoudt), naast een zichtbaar cv ook een onzichtbaar cv, een ‘impliciet cv’ zoals Moes het noemt. Je kan dat invullen door na te denken over bijvoorbeeld je omgang met autoriteit, je wijze van samenwerken, patronen in het aangaan van contact, je grootste triggerpunten en de existentiële behoeften die je meeneemt naar het werk. Dit kan voortkomen uit je jeugd, je relaties, je karakter… Moes noemt een eigen voorbeeld dat ze er niet tegen kan als haar manager haar niet erkent, omdat haar vader vroeger zo afwezig was met zijn gedachten.

In de context

Janita Moes had onlangs een kleine discussie met organisatieadviseur Inge Mink op Linkedin (‘Psychologie op de werkvloer: we schieten erin door’) over het al dan niet met rust laten van de onderstroom. Mink is vóór omdat zij stelt dat er bij ‘gedoe’ altijd iets mis is in de bovenstroom (missie/ visie, werkprocessen, structuren, doelen, gedrag, competenties) dat maakt dat de onderstroom zich kan manifesteren. Moes erkent dat er oog moet zijn voor de context, maar redeneert vooral dat de onderstroom ons inzicht kan geven: ‘drama verdwijnt als acceptatie verschijnt’. En met de juiste taal kun je je behoeften communiceren. Naar haar manager bijvoorbeeld: “Ik merk dat ik heel erg wordt getriggerd door een gebrek aan aandacht. Daar geef ik jou dan de schuld van, maar dat is niet mijn bedoeling.” En dat wist hij dan natuurlijk allang, want die manager kent je inmiddels ook wel.

Inzicht in de onderstroom maakt zaken duidelijk. Hiermee probeert Moes de negatieve bijklank van het begrip onderstroom – viezigheid, bagger die mensen meeslepen naar het werk en wat zorgt voor problemen – te nuanceren.