Meer rust op kantoor. Kan dat? En hoe dan?

VOV-Nieuws Gezondheid & welzijn
Busy 880800 960 720

Teveel afleiding + obsessie met groei = gekkenhuis op het werk

“De moderne werkplek is ziek.” Voor velen is ‘een gekkenhuis op het werk’ de normale gang van zaken geworden, schrijven Fried en Heinemeier in de inleiding. Volgens de auteurs komt dat door twee dingen: (1) de werkdag wordt opgehakt in minieme, vluchtige werkmomenten door een bombardement aan afleiding in de fysieke en virtuele wereld en (2) een ongezonde obsessie met groei tegen welke prijs ook leidt tot torenhoge, onrealistische verwachtingen waarvoor mensen in de stress raken. Er belooft een wereldschokkend boek te volgen. Right up my alley.

Mis. Wat volgt is een pleidooi voor redelijkheid: gewoon veertig uur werken; gewoon het weekend vrij; gewoon, enkel iemand onderbreken als het echt dringend is; gewoon, niet doen of je de wereld aan het veranderen bent met je product; gewoon, contact onderhouden met je echte familie en vrienden en niet doen alsof je collega’s dat zijn. Etcetera. Is het zo simpel?

Even in de context

Misschien is het goed om dit verhaal even in de context te zetten. Ten eerste, de Noord-Amerikaanse context. Waar over het algemeen meer uren worden geklopt dan hier en mensen minder vakantie krijgen. Van werknemers van Basecamp wordt verwacht dat ze 40 uur per week werken. Tussen mei en september (‘de zomer’) maar 32 uur per week. Iedere werknemer krijgt drie weken vakantie (en zoveel losse dagen als ze nodig achten) en elke drie jaar een maand doorbetaalde sabbatical.

Basecamp is een bedrijf dat groeit en ook wil groeien (elk jaar meer winst). Maar dit is blijkbaar al radicaal rustig in de context van Silicon Valley, waar hun soort softwarebedrijf met miljoenen dollars durfkapitaal aan de slag zou kunnen. Basecamp verdient enkel aan haar klanten. En dat gaat al goed sinds 2004, vandaar dat het bedrijf haar medewerkers een rustige context kan bieden.

Basecamp is tenslotte ook een specifiek soort bedrijf, namelijk een creatief bedrijf dat aan projecten werkt. Hoogstwaarschijnlijk zijn veel van de suggesties voor meer rust die ze doen daarom niet een-op-een over te nemen in andere sectoren. Maar ik denk dat veel van wat ze zeggen toch zeker in een bredere context gelden. De dingen die ik het meest relevant vond:

  1. De mythe van druk zijn = cool moet dringend doorbroken worden. De schrijvers zeggen botweg: “Continue uitputting is geen verdienste, het is een teken van domheid.” Een zege of nederlaag is niet meer waard door opoffering (en langer werken/ minder slapen zijn alles behalve goed voor impact of creativiteit). En ook: “Je kunt een hobby hebben. (…) Je kunt het lef hebben om zo nu en dan volstrekt normaal te zijn.” De filosofie van de auteurs is dat werk een stuk is van mens-zijn (en blijkbaar een steeds belangrijker stuk in de zin dat we er geluk (dixit Deca) en identiteit (dixit Perel) van verwachten) maar dat er nog heel veel andere dingen zijn die ook horen bij mens-zijn. En dat die in onze huidige werkcultuur altijd aan het kortste eind trekken (“het is veel gemakkelijker een zondag extra te werken dan een donderdag extra vrij te nemen”).
  2. Als je als werkgever iets geeft, is dat best ook gewoon een geschenk – en geen investering of zoals de auteurs zeggen ‘een dubieuze lening’. ‘Zoveel vrije dagen als je wilt’ (een gangbare benefit in de wereld van digitale ontwikkelaars) is geen geschenk omdat niemand die durft op te pakken. Niemand wil degene zijn die misbruik maakt van ogenschijnlijk genereus beleid. Vakanties waarin mensen toch nog even worden gebeld, of uitgenodigd voor een conference call, Fried en Heinemeier willen er niks van weten. “Ga echt weg. Verdwijn. Uit ons zicht.” Evenmin mals zijn ze voor bedrijven ‘waar ze speciale kamers hebben met gameconsoles, gezonde snackbars, lunches en diners van topchefs, een wasservice en gratis bier op vrijdag’. “Het lijkt heel genereus maar er zit een addertje onder het gras: je komt niet meer weg van kantoor.” In de ogen van de auteurs zijn benefits een manier om mensen te helpen om uit hun werk te stappen en gezondere, interessantere levens te leiden. “Als iets waar niet wij maar zij beter van worden. Al heeft ons bedrijf natuurlijk ook voordeel bij gezondere, interessantere en uitgeruste werknemers.” Moesten ze benefits op die manier toch als een bedrijfsinvestering zien, dan wel een waar ze de controle flink loslaten. 
  3. Als je het rustig wilt op kantoor, is dat een gedeelde verantwoordelijkheid. Dit betekent dat ook de baas die drie weken echte vakantie moet nemen. En het betekent ook dat de baas en de collega’s werknemers op het werk tijd en aandacht voor hun werk moeten kunnen – de auteurs pleiten voor ‘bibliotheekstilte’ en ‘kantooruren’ voor mensen die een helpdeskfunctie combineren met ander werk. Maar het betekent ook meer in het algemeen dat er een verantwoordelijkheid ligt bij de zender – van emails, van losse vragen, van uitnodigingen voor vergaderingen. Is het nodig of kan het wachten? Als het kan wachten, hoef je de vraag ook niet te mailen op vrijdagavond (ook al is je lijstje dan doorgestreept), maar kan het op maandagochtend. Even slikken, maar het geeft meer rust.

Rust, rust, rust. Goed genoeg is ook goed. Stilstand is geen achteruitgang. Soms is niets doen de beste optie. De schrijvers worden zelfs poëtisch in hun pleidooi voor ‘nee’ zeggen boven ‘ja’: “Nee is een precisie-instrument, het scalpel van een chirurg, een laserstraal die op één punt gericht is. Ja is een stomp voorwerp, een golfclub, een fijnmazig visnet dat zonder onderscheid alles vangt.” Moet deze esthetische dressing de saaiheid van hun boodschap verbloemen? Moeten we terug naar vroeger?

Dat alvast niet. Fried en Heinemeier Hansson pleiten ook voor gebruik van technologie waar het goed past, een cultuur van vertrouwen waarbij je mag werken waar je wilt, waar best zoveel mogelijk mensen hun mening geven alvorens er wordt besloten en waar  transparant wordt gecommuniceerd. Maar telkens in functie van de rust die nodig is voor het werk dat nodig is om het bedrijf te laten voortgaan en om de werknemer uitgewerkt naar huis te laten gaan.

De boom in met best practices

Dus: is het zo simpel? Misschien wel. Ik denk dat de schrijvers met hun inzichten en voorbeeld een grote bijdrage leveren aan het debat rond burn-out en wat wij als maatschappij zien als een zinvol leven. Feit blijft wel dat ook ‘gewoon’ veertig of zelfs tweeëndertig uur werk voor veel mensen niet gemakkelijk te combineren is met een gezinsleven (of een andere vorm van zorg of uit de hand gelopen hobby). Daarom zijn voorbeelden van bedrijven die werk en leven van mensen wel meer in elkaar willen laten overlopen, zoals die uit het boek One Life, niet per se verkeerd. Werken op plekken of momenten die de werknemer goed uitkomen, mogelijk maken, is een goede zaak. Maar altijd met als doel om het werk af te krijgen, niet om werk in hun privéleven te laten doorsijpelen. Fried en Heinemann geven werkgevers goede handvaten om dit niet te laten gebeuren.

Ze gaan zo ver in hun strijd voor rust dat ze zelfs de waarde van hun eigen boek ontkrachten: “Je kunt geen rustige cultuur ontwikkelen als je je constant druk maakt over wat best practices voorschrijven.” Kritisch blijven dus. Tijdens de werkuren welteverstaan.

Marjon Meijer