Tim Surma: “Het is niet omdat je post-its aan de muur kleeft, dat je aan het leren bent”

50 jaar VOV
Banner 50 Een Op Een Tim Surma

Wat kenmerkt voor jou een goede L&D-er en waarom?

“Als ik aan een L&D-er denk, als iemand die levenslang leren op de werkvloer faciliteert, komen er spontaan drie dingen in mij op. Ten eerste: efficiëntie. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het leerplichtonderwijs, waar je zestien jaar hebt om kinderen iets bij te brengen, is tijd binnen een bedrijf waarschijnlijk niet op overschot. L&D-ers zullen het liefst kiezen voor de snelste manier om een vaardigheid aan te leren. Er is enorm veel onderzoek gedaan naar efficiëntie van leren voor lesgever en lerende. Laat me een extreem voorbeeld geven. Er bestaan grosso modo twee visies om naar leerprocessen te kijken: een eerder romantische die gelooft dat een wezen eender wat kan leren waar het zin in heeft en een tweede die staat voor expliciete instructie door een expert. Uit onderzoek blijkt dat het tweede efficiënter is. Als je mensen op zichzelf laat leren, zullen ze in veel gevallen niet altijd de juiste doelen stellen die passen bij het bedrijf.” 

Het tweede element is dus effectiviteit; doelgericht werken. Wat wil ik dat aangeleerd wordt? Dat moet je helder hebben én je moet kunnen nagaan of dat ook gebeurt. Daarvoor moet je binnen een leeromgeving mechanismen creëren waarmee je checkt of je doel bereikt is. Tenslotte vertrekt goede L&D in mijn ogen vanuit het besef dat er al heel veel onderzoek naar de effectiviteit van professionaliseringstrajecten bestaat. Dat er wordt gehandeld volgens bewezen kenmerken van effectief leren, zoals het kunnen toepassen van de nieuwe leerstof, meerdere leerkansen geven door het aanbod te spreiden over de tijd, de meerwaarde van leren met een sparring partner en het informeren van de directe leidinggevende over het leerproces.” 


Wat is de belangrijkste les die jij hebt geleerd in je carrière?

“Ik ben heel lang leraar geweest in het voortgezet en hoger onderwijs. Pas zes jaar geleden ben ik de overstap naar de wetenschap beginnen te maken en dat is gebeurd met een lange overgangsperiode. Twee jaar geleden gaf ik nog een klasje les. Ik had heel lang niet het besef dat ik iets anders kon zijn dan leraar. Tot er een kans passeerde en het enorm boeiend bleek om bij te leren. Ik denk dat er te veel mensen zijn die op hun tweeëntwintigste dachten dat ze geworden zijn wie ze zijn.”


Hoe zie jij de wereld van L&D in de toekomst evalueren?

“Ik denk dat L&D veel gemakkelijker ingang vindt bij mensen, als leren op de werkvloer meer aansluit bij initieel leren. Ik heb het dan vooral over het hoger onderwijs, waarin je wordt voorbereid op een job. Ik zie dat verschuiven voor de lerarenopleiding. In Engeland is er een fantastische evolutie gaande, waarbij het kunstmatige onderscheid tussen pre-service leren, de opleiding op school en in service leren, de L&D, wordt doorbroken. Het diploma leraar wat je na twee jaar krijgt, is een startticket om de volgende twee jaar in service te leren. En dan houdt het niet op: de overheid heeft in samenspraak met de beroepsgroep acht inhoudelijke pilaren gedefinieerd – vakinhoud, klasmanagement, inclusie, didactiek…  –  waarin je kansen krijgt je constant te verbeteren waardoor je ook andere jobinvullingen kunt krijgen. Zo creëer je mensen die weten dat het leren niet gedaan is. Ik kan enkel uitspraken doen over het leraarschap, maar daar was het toch vaak: ‘OK nu ben je leraar, groetjes en veel succes voor de rest van je leven!’ Volgens mij zou je in elke beroepsgroep van die stappen kunnen zetten.” 

Een tweede evolutie die ik zou toejuichen, is dat er meer evidence based wordt gewerkt. Ik zie daar vanuit mijn minizicht op het werkveld tekenen van door bijvoorbeeld de publicatie Evidence-informed Learning Design van Mirjam Neelen en Paul Kirchner. Daar wordt vertrokken vanuit degelijke wetenschappelijke informatie, zonder dwingend te zijn. En een laatste trend is de gemakkelijke versnelling naar de digitale opleidingen. Natuurlijk ingegeven door corona, maar we zien nu al dat bijvoorbeeld zittende leraren ook voor volgend jaar al vragen om toch dingen online te blijven doen. Daar zijn stappen gezet.”


Zijn er trends in de wereld van L&D of de arbeidsmarkt in het algemeen die jou zorgen baren?

“Zorgen is een groot woord, maar ik denk wel dat we in de zoektocht naar efficiëntie en effectiviteit nog wat ballast overboord te gooien hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan bepaalde pseudo-psychologische tests die bij assessments afgenomen worden maar hooguit zouden moeten dienen als gespreksvoer, maar waarop straffe beslissingen worden gebaseerd. Of aan vergadertechnieken die in de bedrijfswereld worden gebruikt – het is niet omdat je post-its aan de muur kleeft dat je aan het leren bent. De Nederlandse columniste Japke-d. Bouma maakt daar op heerlijke wijze komaf mee. Ik probeer dat jargon - dat zelden iets met inhoud te maken heeft maar wel met generieke technieken waarvan we niet weten of ze werken - uit alle macht buiten het onderwijs te houden.”


Wat zou jijzelf het komende jaar graag bijleren, aanleren of afleren?

“Ik zou graag beter meta-analyses willen leren maken. Hiervoor wil ik me verdiepen in statistische methodes om verschillende analyses samen te brengen, onder de knie krijgen. Daarnaast – en dat is wat meer flou – wil ik graag bijleren over management. Het ExpertiseCentrum voor Effectief Leren is het afgelopen jaar opgestart met mij als enige werknemer en telt ondertussen twaalf personen. Een flinke groei op korte tijd. Ik vind het heel fijn om met een team naar een doel te werken en ik heb in het onderwijs ook wel verantwoordelijkheid gedragen voor grote groepen, maar het managementgedeelte is nieuw voor mij.. Ik zou me graag willen inlezen in manieren om ook dat effectief en efficiënt te doen. Daar bestaan vast interessante boeken over.


Lees ook ...